Van slimme stad naar slimme ontwerpers: op de Provil Campus in Vlaams Limburg voegde StemUp een nieuwe dimensie toe aan een al sterk STEM-programma – niet meer techniek, maar meer ontwerp. Leerlingen die al jaren lasercutten en 3D-printen, leren nu eerst nadenken over het waarom achter hun maakproces, met verrassend creatieve resultaten.
Op de Provil Campus in Vlaams Limburg draaiden leerlingen al jarenlang hun hand niet om voor programmeren, lasercutten en 3D-printen. De uitdaging lag ergens anders: het creatief en betekenisvol inzetten van die vaardigheden. In samenwerking met StemUp maakte de school daarom meer ruimte voor onderzoek en ontwerp en voegde zo een nieuwe dimensie toe aan haar STEM-onderwijs.
Onverwachte ontdekking
Veel scholen maken kennis met StemUp omdat zij meer techniek en technologie in hun onderwijs willen integreren. Voor Jasper Vandeweyer, technisch adviseur en coördinator op de middelbare school, lag dat anders. “Onze leerlingen waren al jarenlang aan het lasercutten, 3D-printen en programmeren. Ze bouwden op technisch hoog niveau aan een stedelijke omgeving waarmee we vele jaren vooruit kunnen,” vertelt hij. “Wat nu volgt, klinkt voor een Belg misschien wat onbescheiden, maar toen we de Stad van de Toekomst zagen, dachten mijn collega’s en ik: ‘Dat doen we zelf toch veel beter.’ Dat was wat kortzichtig: onze aandacht ging op dat moment namelijk alleen naar de technologische afwerking van het programma.”
StemUp coach Ruben Rump vult aan: “In gesprek kwamen we erachter dat de Stad van de Toekomst puur op technisch vlak inderdaad geen grote aanvulling zou zijn op het bestaande onderwijs. Maar de echte kracht ligt op andere gebieden. Het leerprogramma daagt leerlingen namelijk uit om de vaardigheden en theorie betekenisvol toe te passen. Zo schrijven ze samen hun verhaal voor de toekomst.”
Vandeweyer: “Dát was precies wat er nog ontbrak aan ons STEM-onderwijs: het creatieve en kritische denkproces dat voorafgaat aan een maakproces. We gingen voorheen vaak vrij snel naar het maken van een product, zonder echt stil te staan bij de maatschappelijke context of de vraag waarom je iets maakt.”
Van maken naar ontwerpen
En zo ging Vandeweyer niet aan de slag met een compleet nieuw onderwijsconcept, maar zorgde StemUp voor verdere innovatie van een succesverhaal. Dat gebeurde via het leerprogramma Stad van de Toekomst van StemUp-partner Maakotheek. Diens oprichter Suzanne Algra vertelt over de eerste kennismaking met Vandeweyer en Provil Campus. “Leerlingen van de school werkten al jaren aan een technisch hoogwaardig project waarbij ze op schaalniveau een stad opbouwden. In overleg hebben we design thinking daar aan toegevoegd. Dat betekent dat de vraag ‘Welk probleem wil je oplossen?’ het vertrekpunt wordt, in plaats van ‘Wat ga je maken?’”
Algra maakt het concreet: ‘Waar leerlingen vroeger bijvoorbeeld een verkeerslicht, parkeergarage of slagboom ontwierpen omdat ze die technische vaardigheden beheersten, starten ze nu vanuit een thema binnen de stad. Denk aan gezondheidszorg, ontspanning, sport, transport of voedselvoorziening. Vanuit die context gaan ze nadenken over hun eigen bijdrage aan de Stad van de Toekomst. Pas daarna volgt het ontwerp en uiteindelijk de technische uitwerking. Leerlingen denken eerst na over wat ze willen bereiken en gebruiken vervolgens technieken om dat verhaal zichtbaar te maken.”
Vandeweyer herkent zich in de woorden van zijn STEM-partner en voegt toe: “Onze leerlingen denken nu continu na over het waarom van technische toepassingen, presenteren hun ideeën aan klasgenoten, gaan erover in discussie en ondersteunen elkaar. Ze worden veel breder dan voorheen uitgedaagd,” concludeert de technisch coördinator.
Stilstand is achteruitgang
Het is soms makkelijker om iets geheel nieuws te beginnen dan een goed lopend proces aan te passen, blikken Vandeweyer en Rump terug . “Never change a winning team, toch? Nee, de realiteit is zowel in onderwijs als in technologie: wie stilstaat, raakt achterop,” aldus Vandeweyer. Maar hoe krijg je de docenten mee in een nieuwe manier van werken?
De techniekdocenten werkten met duidelijk omlijnde opdrachten aan vakmanschap en productkwaliteit. “De nieuwe rol als ontwerpbegeleider was dus best spannend voor een aantal docenten,” herinnert Rump zich. “Niet alle techniekdocenten voelden zich direct comfortabel bij gesprekken over samenwerking, maatschappelijke vraagstukken of creatief denken.”


Ruimte om te groeien
Daarom koos Provil voor een geleidelijke aanpak. In het eerste jaar werd vooral gekeken naar wat er gebeurde wanneer nieuwe onderdelen werden toegevoegd. Niet alles liep meteen zoals gehoopt, maar dat had Vandeweyer al ingecalculeerd. “Je moet roeien met de mensen die je hebt. Sommige collega’s pakken zo’n verandering meteen op, anderen hebben meer tijd nodig. Het belangrijkste is dat je ruimte geeft om te experimenteren, of juist meer ondersteunt als daar behoefte aan is. Een docent die zich aanvankelijk minder zeker voelde bij de nieuwe aanpak, kreeg bijvoorbeeld hulp van een collega die daar meer ervaring mee had.”
Voorbij het Verkeerslicht
STEM leerkracht Brent Geurts begeleidde dit schooljaar voor het eerst de vernieuwde versie van Stad van de Toekomst. Vooral de eerste lessen maakten een diepe indruk op hem: “We hebben samen gekeken hoe mensen vroeger naar de toekomst keken en hoe leerlingen nu de toekomst zien,” vertelt hij. “Dat soort gesprekken voeren we normaal gesproken veel minder. Het was leuk om te merken hoeveel ideeën dat losmaakte.”
Volgens Geurts leidde het creatieve denkproces tot opvallend andere resultaten. De verkeerslichten, slimme straatverlichting, slagbomen enzovoort die ieder jaar weer terugkeerden, werden aangevuld met “dingen die we nog nooit hadden bedacht noch gemaakt: een vuurwerkshow, een slimme frituur, een autoshow en allerlei andere verrassende concepten. En dan samen op zoek naar de technische realisatie! Dat maakt de lessen heel interessant.”
Leren vanuit motivatie
Volgens Geurts leidde het creatieve denkproces tot opvallend andere resultaten. De verkeerslichten, slimme straatverlichting, slagbomen enzovoort die ieder jaar weer terugkeerden, werden aangevuld met “dingen die we nog nooit hadden bedacht noch gemaakt: een vuurwerkshow, een slimme frituur, een autoshow en allerlei andere verrassende concepten. En dan samen op zoek naar de technische realisatie! Dat maakt de lessen heel interessant.”
Geurts beaamt dat: “Leerlingen komen soms met plannen die de programmeerkennis van zowel de leerlingen als mijzelf overstijgen. Dan gebruiken we AI of schakelen we collega’s in om hen verder te helpen. Het gaat uiteindelijk niet om wat ze vandaag al kunnen, maar om wat ze willen bereiken.”
Een project dat blijft groeien
Hoewel de resultaten positief zijn, zien de betrokkenen nog volop mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. Zo wordt nagedacht over uitgebreidere brainstormsessies, grotere presentatiemomenten en integratie met andere vakken zoals Nederlands en Engels. Ook een officiële opening van de Stad van de Toekomst behoort tot de mogelijkheden.
De technisch adviseur van Provil sluit af: “Onderwijs is nooit af. We hadden al een goed project. Maar juist omdat het goed was, wilden we kijken hoe het nog beter kon. Dat vraagt moed, want je stapt uit je comfortzone. Tegelijkertijd zien we nu hoeveel nieuwe ideeën, creativiteit en eigenaarschap dat oplevert. We zijn blij dat we de stap gezet hebben.”
StemUp
StemUp is een leer- en ontdekprogramma voor het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet (speciaal) onderwijs, ontwikkeld door ASML, dat jongeren wil inspireren om te kiezen voor studie en werk in Techniek & Wetenschap. Scholen worden ondersteund door een StemUp coach en kunnen momenteel kiezen uit vier ondersteunende leerprogramma’s voor het bereiken van hun STEM ambitie.

