“Ook als je geen technische kennis in huis hebt, kun je een Stad van de Toekomst bouwen”. Aldus Wendy Bessembinders, drijvende kracht achter het StemUp programma Stad van de Toekomst op het Augustinianum te Eindhoven. StemUp is er voor doorgewinterde STEM-teams maar ook voor de docenten die nog aan het begin staan van hun STEM-reis”.
Voor Bessembinders, jaarlaagcoördinator en leraar Nederlands en Levensbeschouwing op het Augustinianum te Eindhoven, waren er meer dan genoeg redenen om voor een StemUp programma te kiezen. Ze vertelt: “Op onze school speelde theoretische kennis altijd een grote rol maar er was minder ruimte voor de praktijk. Dat gold voor zowel de bèta’s die uitstroomden als de leerlingen met andere talenten en interesses. StemUp is er gelukkig ook voor hen: het doet niet alleen een beroep op technische kennis en toepassing maar ook op ieders creativiteit, organisatietalent, reflectie- en doorzettingsvermogen etc.
“Bovendien”, vervolgt Bessembinders: “Hoe weet je of iets bij je past, als je er nooit mee in aanraking komt? Ook dat is belangrijk omdat ze nu eenmaal opgroeien in de Brainport regio en zich ontwikkelen in een wereld vol techniek en technologie. Met het programma bouwen leerlingen dus professionele kennis en vaardigheden op maar werken ze ook – ongemerkt – aan burgerschap”.
StemUp
StemUp is een leer- en ontdekprogramma voor het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet (speciaal) onderwijs, ontwikkeld door ASML, dat jongeren wil inspireren om te kiezen voor studie en werk in Techniek & Wetenschap. Scholen worden ondersteund door een StemUp coach en kunnen momenteel kiezen uit vier ondersteunende leerprogramma’s voor het bereiken van hun STEM ambitie.
Niet vanzelf
De docent Nederlands koos in overleg met StemUp-coach Kim Koehorst voor de Stad van de Toekomst, een leerprogramma van StemUp-partner Maakotheek. Met behulp van digitale tekenprogramma’s, 3D-printers en stroomverbindingen werken de leerlingen aan hun tegels. Iedere tegel heeft een thema, zoals Groen of Gezondheid. Gezamenlijk vormen de tegels de Stad van de Toekomst.
Bessembinders was overtuigd van het programma en vond een paar collega’s die enthousiast waren over de onderwijsinnovatie maar toch ging de introductie van Stad van de Toekomst niet van een leien dakje. Er was geen technieklokaal en materialen zoals 3D printers ontbraken.
“Maar net op het moment dat bij haar de moed in de schoenen zonk, kreeg ik weer energie van een kennisdeelsessie met andere StemUp-deelnemers op het Eckhart college. Die Eindhovense school was al bezig met de Stad van de Toekomst”. Aldus Dion Janssen, docent Aardrijkskunde op het Augustinianum. “Ik verwachtte aansluiting van het StemUp-programma op de lesmethode; afwisseling en samenwerking. Tijdens het schoolbezoek aan de andere school echter werden mijn verwachtingen overtroffen. Er kwamen zoveel verschillende disciplines bij elkaar: fotosynthese in de stad, de geschiedenis van de stad Eindhoven, het planologische aspect etc. Bovendien waren de leerlingen opvallend betrokken en trots op hun project”.


De knop om
“Toen ging de knop om,” blikt Bessembinders terug. “We hebben het periodetraject teruggebracht naar een projectweek, de schoolleiding overgehaald om 3D-printers aan te schaffen, en in de natuurkundelokalen de ruimte gevonden die we zochten. Door het op onze manier te doen, overwonnen we de obstakels. Met alle hulp van Suzanne, want we waren eigenlijk net zo enthousiast als a-technisch…”
De STEM-pionier van de Eindhovense school verwijst naar Suzanne Algra, begeleider van de leerprogramma’s van StemUp-partner Maakotheek. “We hebben cursussen gegeven aan de docenten over micro:bit programmeren en 3D-tekenen, en daarnaast meegedacht over de uitvoering van het programma. Want die is hartstikke flexibel. Geen lasersnijders in huis? Dan laat je dat onderdeel weg. Meer de nadruk op bijvoorbeeld samenwerken? Pak die ruimte. Het kan allemaal”.
“Zolang je zorgt voor een duidelijk plan dat past in de langetermijn visie op STEM-onderwijs van de school”, vult StemUp-coach Koehorst aan. Dat plan moet ervoor zorgen dat StemUp een opmaat is voor structureel STEM-onderwijs op school, met accenten die bij de school passen maar ook met oog voor continuïteit en uitbreiding. Als dat er is, kun je ook vanaf nul beginnen, zoals op het Augustinianum. Hoewel, er is ook moed voor nodig om uit de comfortzone te stappen en met STEM aan de slag te gaan: het schoolteam heeft laten zien dat ze dat volop in huis hebben”.



Loslaten en stimuleren
De grootste uitdaging leek hem aanvankelijk te zitten in de technische aspecten van het programma, vertelt de docente Nederlands. “Maar we hebben gemerkt dat je ook aan de Stad van de Toekomst kunt bouwen als je geen technische kennis in huis hebt”. Janssen vult haar aan: “Ook pedagogisch en didactisch vraagt het wat anders van de leraar: de ene leerling maakt namelijk al regelmatig dingen thuis met Tinkercad, een ander kan heel goed knutselen. Hoe kom je tegemoet aan die uiteenlopende vaardigheden? En wat te doen als een leerling een waterval van lijm wil maken: stimuleer je dat of rem je dat af?”
Bessembinders: “Het is voor docenten soms moeilijk om de dingen gewoon te laten ontstaan, terwijl dat juist het mooie is van dit programma.” Algra voedt het dilemma nog meer: “Anderzijds is het niet zo wijs om direct met het eerste idee aan de slag te gaan. Design Thinking betekent ook: Kan het nog beter? Zijn er nog meer opties? Het blijft uitdagend een balans te vinden tussen ontwerp en uitvoering”.
Veelzijdig
Door de ideeën over de tegels onderling en klassikaal aan elkaar te presenteren, vonden de leerlingen wel degelijk een evenwicht, merkte Janssen op: “Door met wat afstand naar andermans ideeën te kijken, zien de leerlingen al snel wat er nog mist of beter kan. Die rol van sparringpartner nemen ze graag op zich en daar worden het concept en de realisatie een stuk beter van”.
Bessembinders sluit daarop aan. “Daardoor hebben we als begeleiders veel inzicht gekregen in de onverdachte talenten van leerlingen en de groepsdynamiek. Dat kun je allemaal weer meenemen in de verdere loopbaanbegeleiding. Een onverwachte maar hele mooie bijvangst van een ontzettend veelzijdig programma”.

